Decreet leerlingenbegeleiding

Context
De gemeentelijke basisscholen van Diest (GBS Diest) bestaan uit drie vestigingen gelegen in de rand rond Diest, in een dorpskern met haar specifieke eigenheden.
  • GBS Schaffen situeert zich in een dorp waar er ook een vrije basisschool is.
  • GBS Deurne ligt in een buurt waar de kleuters op de vrije school zitten en daarna grotendeels doorstromen naar de Gemeentelijke Basisschool.
  • GBS Molenstede situeert zich in de dorpskern. Naast deze basisschool bevindt er zich in Molenstede ook nog een school voor buitengewoon onderwijs.
Door de overbezetting in de centrumscholen is er zowel in Schaffen als in Molenstede een toenemende instroom van leerlingen uit de binnenstad. Voor bepaalde bevolkingsgroepen zijn er mobiliteitsproblemen om deze scholen te kunnen bereiken. In de drie scholen is er een stabiel leerkrachtenteam dat bestaat uit starters en ervaren leerkrachten waarbij vrouwen de meerderheid vormen. De meeste leerkrachten wonen in de nabije omgeving van Diest.

Kind
Binnen ons pedagogisch project vertrekken wij vanuit de rechten en noden van het kind en streven we ernaar onderwijs te geven op maat van elk kind waarbij het zichzelf kan/mag zijn. Een kind dat zich goed voelt, kan beter tot leren komen. Daarom zetten we sterk in op welbevinden en betrokkenheid. We doen dit door het creëren van een veilig klas- en schoolklimaat.

Binnen dit veilig klimaat trachten we te werken in een uitnodigende, inspirerende en stimulerende leeromgeving met aandacht voor exploratie en interactie. Hierbij worden wij uitgedaagd om voortdurend na te denken over de wijze van lesgeven teneinde ieder kind, ongeacht herkomst, taal, sociale context, karakter, emoties, … op basis van gelijkwaardigheid te stimuleren en maximale ontwikkelingskansen te geven.

Bovendien wil GBS Diest ook een school zijn waar er expliciete aandacht wordt besteed aan een ‘gezonde geest in een gezond lichaam’.

Onderwijs
Ons onderwijs is geënt op het leerplan van OVSG waarbij we voortdurend streven naar authenticiteit, degelijkheid en kindgerichtheid. We kiezen voor zowel een verticale als horizontale samenhang, voor warme overgangen tussen voorschools en schools leren, tussen kleuterschool en eerste leerjaar, tussen zesde leerjaar en secundair onderwijs. We zetten in op de totale persoonlijkheidsontwikkeling en willen leerlingen actief laten leren binnen een doorgaande ontwikkelingslijn.

Daarom trachten we als team, samen met alle betrokkenen, in de geest van het M-decreet, vorm te geven aan een gestructureerde en gestroomlijnde zorg die verweven is in het dagelijkse leer- en opvoedingsgebeuren en waarbij het verlenen van redelijke aanpassingen (* REDICODIS-maatregelen) een recht is voor elk kind.

(*) REDICODIS: Remediëren – Differentiëren – Compenseren – Dispenseren

Ons zorgbeleid wordt gevoerd volgens de principes van handelingsgericht werken en het zorgcontinuüm waarin we 4 fasen onderscheiden die vaak door elkaar lopen en waarbij alle teamleden hun verantwoordelijkheid opnemen. Het evalueren en nauwgezet registreren van de interventies gebeurt in het leerlingendossier (kind- en klasniveau).

Fase 0: brede basiszorg
Als centrale figuur creëert elke leerkracht binnen haar/zijn ‘veilige ‘ klas een krachtige leeromgeving. Via preventief werken, duidelijke instructie, variatie in doelen, inhouden… en een doordacht klasmanagement (bv. meersporenbeleid) trachten de leerkrachten alle leerlingen mee te nemen binnen het gemeenschappelijk curriculum.

Fase 1: verhoogde zorg
In deze fase voorziet de school in overleg met het zorgteam, extra zorg onder de vorm van differentiërende, remediërende, compenserende maatregelen. Op die manier worden zowel leerlingen die het moeilijker hebben, alsook leerlingen met leer- en ontwikkelingsvoorsprong, meegenomen binnen het klasgebeuren.

Fase 2: uitbreiding van zorg
Voor een aantal leerlingen volstaan de aanpassingen uit verhoogde zorg niet meer. Zij hebben maatregelen nodig die ingrijpender zijn (o.a. dispenseren). In deze fase krijgt het CLB, in overleg met ouders, een actieve rol en wordt een plan opgemaakt dat voldoet aan de specifieke behoeften zodat het kind alsnog de eindtermen kan bereiken.

Fase 3: individueel aangepast curriculum (IAC)
Soms kan een leerling, ondanks alle redelijke aanpassingen niet meer aansluiten bij het gemeenschappelijk curriculum en op termijn de eindtermen niet bereiken. Hierbij wordt in nauw overleg met een uitgebreid team een oplossing gezocht op maat. Het CLB stelt een verslag op waardoor er meerdere scenario’s mogelijk zijn: het volgen van een IAC in het gewone onderwijs, overstappen naar een andere school of naar het buitengewoon onderwijs.

Professionalisering
Via co-teaching, leren van elkaar en een doordacht professionaliseringsbeleid, met de focus op zowel teamgerichte als individuele nascholingen, worden leerkrachten gestimuleerd kwaliteitsvol onderwijs te realiseren en te versterken.

Overleg
Om dit doel te bereiken, is er voortdurend overleg op drie niveaus: op kind-, klas- en schoolniveau waarbij observaties en outputgegevens een houvast bieden en het loopbaanperspectief mee vorm geven.

Output
Naast observaties en methodegebonden toetsen, worden genormeerde screeningsinstrumenten en centrale toetsen aangewend (LVS- en OVSG-toetsen) met als doel de ontwikkeling van het kind op te volgen en te optimaliseren.

Samenwerking met externen
Als school willen we vertrekken vanuit een brede schoolgedachte. We kiezen ervoor om in te zetten op langdurige samenwerkingsverbanden met verschillende externe partners: het CLB, de pedagogische begeleidingsdienst, het ondersteuningsnetwerk, het oudercomité, het LOP, huis van het kind, Arktos,… Hierbij wordt in samenspraak met de ouders, het belang van het kind steeds centraal gezet.